Bij een gecoördineerde controleactie in zeven kapperszaken in Sint-Truiden zijn verschillende inbreuken vastgesteld. Toch benadrukt burgemeester Ludwig Vandenhove dat de actie vooral aantoont dat de sector in het algemeen correct werkt. De Truiense oppositie is het daar niet volledig mee eens en plaatst kanttekeningen bij die conclusie.
De zogeheten flexactie vond plaats op woensdag 21 januari en werd uitgevoerd door het lokaal bestuur en de lokale politie, samen met verschillende inspectiediensten. Twee van de zeven gecontroleerde adressen bleken gesloten te zijn, hoewel ze volgens hun openingsuren open hadden moeten zijn. Vijf kapperszaken werden effectief gecontroleerd. Daarbij werden inbreuken vastgesteld op de arbeidswetgeving en met betrekking tot zwartwerk.
Ook andere tekortkomingen kwamen aan het licht. De FOD Volksgezondheid stelde vast dat 83 cosmeticaproducten niet in orde waren; die werden vrijwillig afgestaan, goed voor vier processen-verbaal. FOD Economie stelde één proces-verbaal op en gaf vier waarschuwingen. Daarnaast bleek het merendeel van de gecontroleerde zaken niet volledig in orde met de brandveiligheid. De dossiers worden verder opgevolgd door het parket en het arbeidsauditoraat.

Politieke discussie
Volgens burgemeester Ludwig Vandenhove (Vooruit) was de controle nodig omdat het toenemend aantal kapperszaken de voorbije jaren vaak onder politieke vuur ligt. “Sommige politici suggereren dat het in deze zaken structureel misloopt,” zegt hij. “Deze actie toont net aan dat dit doorgaans niét het geval is. Het aantal vastgestelde inbreuken is beperkt en de meeste uitbaters stellen hun personeel correct tewerk. Dat is belangrijk voor het vertrouwen van klanten, werknemers en de bevolking.”
De oppositie nuanceert dat beeld. Ingrid Kempeneers (cd&v) stelt dat haar partij nooit heeft beweerd dat er in alle barbershops iets fout loopt. “Onze bezorgdheid gaat over het grote aantal kapperszaken dat zich in sneltempo vestigt in leegstaande handelspanden,” zegt ze. “Dat zorgt voor een enorme concurrentiedruk op lokale kappers, vooral op vlak van prijzen.” Volgens Kempeneers zijn flexacties bovendien ook noodzakelijk in andere sectoren, zoals dagbladhandels, nachtwinkels, supermarkten en handcarwashes, waar volgens haar regelmatig inbreuken op sociale en economische wetgeving voorkomen.
Ook Patrick Vanparys (Vlaams Belang) is kritisch. Hij betwist de conclusie dat de wet “doorgaans vrij goed” wordt nageleefd. “Er zijn vijf zaken gecontroleerd en bij allemaal werden inbreuken vastgesteld,” zegt Vanparys. “Er waren overtredingen van de arbeidswetgeving, producten die niet in orde waren, processen-verbaal, waarschuwingen en problemen met de brandveiligheid. Dat de burgemeester dit voorstelt als een sector die de regels goed respecteert, vinden wij moeilijk te begrijpen.”



